Gesprek met Momfer (Restauratie MG TC1772 dl 6)

Gesprek met Momfer (Restauratie MG TC1772 dl 6)

Op 21 november zijn mijn echtvriendin en ik afgedaald naar het Limburgse om in Vaals een weekendje van het goede leven te gaan genieten. Aangezien Jan Gerards in mijn ogen in dit opzicht een voorbeeldfunctie vervult, mocht een bezoek aan hem niet ontbreken. Momfer de Mol is natuurlijk alleen maar een bijnaam die ik Jan Gerards bij wijze van scherts heb opgeplakt en die hij zich gelukkig goedmoedig laat welgevallen. Maar dat zullen de trouwe lezertjes inmiddels wel hebben begrepen. De Momfer de Mol uit Fabeltjesland is een gepensioneerde mijnwerker, die -vermoedelijk door levenslange arbeid in de mijnen-  half blind is geworden en met donkere bril en stokje een beetje door het Praathuis scharrelt.. Gelukkig bleek het met de gezondheid van Jan beter te zijn gesteld. Zou er ook niet goed hebben uit gezien voor de toekomstige kuip van m’n TC, waarvoor hij de houten delen maakt. Niettemin waren er toch wel overeenkomsten, te weten de welluidende Limburgse zachte G en het vriendelijke karakter van Momfer.  En dan is hij -net als Momfer- ook  een vaste bezoeker van Het Praathuis. Want daar komen de dieren uit het zuidelijke TTO-bos op gezette tijden bij elkaar om de belangrijke zaken des levens te bespreken. Zoals het verbussen van  fusees m.b.v. een waterpomptang en de roestoplossende werking van grenadinesap

We troffen Jan aan terwijl hij in zijn kelder wat aan het stoeien was met het plaatwerk voor een TD. Zoals elke zichzelf respecterende handwerksman droeg hij een stofjas. Ed en Willem Bever dragen ook altijd stofjassen. Zelf wring ik me in een overall als ik ga sleutelen, maar het is me inmiddels duidelijk geworden dat dit in het restauratiewereldje uitsluitend de dracht is voor beginnelingen. En een beginneling kun je Jan Gerards nauwelijks noemen. Hij is 25 jaar geleden uit liefhebberij begonnen met het plaatwerken voor  oude MG’s, terwijl zijn broer zich bekwaamde in het houtwerk voor deze populaire oldtimers.  Successievelijk heeft Jan zich ook de fijne kneepjes van de houtbewerking eigen gemaakt en sinds het overlijden van zijn broer doet hij diens werkzaamheden er bij. In zijn vrije tijd wel te verstaan, want van huis uit heeft hij een elektrotechnisch bedrijf. Het grote voordeel van Jan’s hout –en plaatwerk is dat het goed op elkaar past, omdat van overeenkomstige mallen gebruik is gemaakt.

Aanleiding voor ons bezoek was natuurlijk onze nieuwsgierigheid naar het houtwerk voor onze TC. Na bezichtiging van de plaatwerkerij, waar we onder meer de mallen voor de verschillende T-typen konden bekijken, gunde Jan ons een blik in de ruimte waar hij het edele handwerk van de houtbewerking uitoefent. Door de geur van gezaagd essenhout kom je bij binnenkomst al gelijk in de juiste stemming. De aanblik van de gereed gekomen houten delen bezorgde mij persoonlijk een gevoel van ontroering. Alsof een jonge vader de eerste echografie van z’n kind aanschouwt. Het was bovendien allemaal een lust voor het oog, net als de plaatjes in het boek van Michael Sherrell, de Australische TC-allesweter. Ik had aanvankelijk Jan gevraagd om het plak –en schroefwerk aan mij over te laten, want ik verkeerde in de mening  dat het bouwen van een kuip veel overeenkomst vertoont met het spelen met de Meccano-doos uit m’n jeugd. Gelukkig heeft hij zich van dit verzoek niet al te veel aangetrokken. Vermoedelijk omdat hij al wat langer met dit bijltje hakt.

Nu is het niet zo dat Jan eerst het materiaal voor één auto afwerkt en daarna aan de tweede begint. Zou niet efficiënt zijn. Daarom is er meer sprake van serieproductie. De resultaten van zijn werk liggen keurig op schappen op het zoldertje te pronken, in afwachting van toekomstige afnemers. En die zullen ongetwijfeld komen, want Jan heeft in de afgelopen 25 jaar een uitstekende naam opgebouwd.

Na afloop van de bezichtiging hebben we kennis gemaakt met zijn vrouw Tilly nog even een bakkie gedaan in het gezellige keukentje. Tilly bleek uit hetzelfde bronsgroeneikehout afkomstig te zijn als Jan. Laatstgenoemde vertelde dat hij al reikhalzend uitziet naar het moment dat hij met het electrowerk kan stoppen en zich helemaal aan het “kuipwerk” kan gaan wijden. En aan nog een paar andere leuke dingen, zoals een TC die al geruime tijd op betere dagen ligt te wachten. ”Als hij alles nog gaat doen wat hij zich heeft voorgenomen, dan komt hij aan honderd jaar nog te kort”, voegt Tilly daaraan toe. Ik heb het vermoeden dat hem dat gaat lukken, want ik ken weinig mensen die zo vrij zijn van stress als Jan Gerards en dat is een belangrijke voorwaarde om honderd te worden.

Jan Broers November 2006

Sluit Menu