Blik in de toekomst. (Restauratie van MG TC s/n 1772 deel 12)

Blik in de toekomst. (Restauratie van MG TC s/n 1772 deel 12)

Het abonnement op een ochtendkrant is geen uitgave die vreugde verschaft. Des morgens bij het eerste bakkie wordt je al lezende onthaald op een breed scala aan uitingen van agressiviteit, hebzucht en wellust. Oké, dat zijn uitwassen. Maar Wouter Bos dan, die voornemens is om de belasting te gaan verhogen? En wat dacht U van de gemeente die binnenkort verkeersdrempels in onze straat gaat aanleggen. Kortom, het leven is heden ten dage een onafgebroken stroom van kommer en kwel. Je vraagt je af waar dat allemaal heen moet.

Om deze vraag te beantwoorden, moet je jezelf eerst afvragen waar dat allemaal vandaan komt. Twee-en-een-half miljoen jaren geleden liep onze verre overgrootmoeder Lucy over de Afrikaans savanne op zoek naar overgebleven beenderen om daar het beenmerg uit te zuigen. Ze bediende zich daarbij van een scherp stuk bot als werktuig. Haar identiteit hing sterk samen met die van haar stamgenoten. Nog een miljoen jaar daarvoor had Lucy een overgrootmoeder die verdacht veel leek op een chimpansee. Die chimpansees, die vrijwel niet zijn geëvolueerd, verslinden nu nog steeds kleinere apen. Maar de hedendaagse achterkleinkinderen van Lucy verscheuren hun kleinere soortgenoten niet meer. Ze hebben meer verfijnde methodes om aan een smakelijke maaltijd te komen. Voorts zijn onze lichamen drievoudig in lengte toegenomen en hebben een herseninhoud welke evenredig is meegegroeid. Het collectieve identiteitsgevoel van Lucy’s stamgenoten is inmiddels uitgegroeid tot een levensgroot individualistisch ego. De mensheid heeft op dit moment al een indrukwekkende evolutie achter de rug. Maar die is nog lang niet afgerond.

Hoe zal het de mensheid over 10.000 jaren vergaan? De mensen zijn dan de vermoedelijk de aardbol ontgroeid en bevolken een belangrijk deel van de Melkweg. Tegen die tijd heeft de Homo Sapiens zichzelf met behulp van gen-manipulatie opgewaardeerd naar Homo Galacticus, een type dat beter is aangepast aan het leven op andere planeten. De aarde is één groot natuurreservaat geworden. Natuurlijk met een cultuurhistorisch museum in het voormalige Londen, waarin onder meer een overgebleven exemplaar van een auto is te bekijken. Dan staan daar zo’n moeder met haar driejarig dochtertje vol verbazing naar een tentoongestelde oldtimer te staren. Omdat kinderen altijd moeilijke vragen stellen, vraagt het dochtertje wat dit voorstelt. De moeder heeft van die leuke puntoortjes en lijkt sprekend op Cate Blanchett in haar rol van Elvenkoningin in “Lord of the Rings”. Zij antwoordt: “Ik weet het niet precies, kind. Maar het is ongetwijfeld zo’n apparaat geweest waarmee de Homo Sapiens in lang vervlogen tijden zijn dierlijke competitiedrang bevredigde”. Want zo praten moeders dan tegen hun luiers bevuilende peuters.

Weer 10.000 jaren later is de mens waarschijnlijk volledig vergeestelijkt en communiceert alleen nog maar middels telepathie. Wat een GSM is, weet gelukkig niemand meer. Energie is er in het heelal in overvloed en door het calorierijke ruimtevoedsel is de gemiddelde lengte naar drie meter gegroeid. Agressiviteit, hebzucht en wellust zijn menselijke eigenschappen uit lang vervlogen tijden. Tijden waarin deze laatste overgebleven dierlijke eigenschappen het leven van de voorouders knap lastig hebben gemaakt. De voortplanting vindt alleen nog maar middels reageerbuisjes plaats. Maar het goede nieuws is echter dat iedereen m.b.v. denkkracht z’n eigen stoffelijk behoeften kan materialiseren. Doet dat evenwel alleen bij uitzondering omdat je er behoorlijk hoofdpijn van kan krijgen. Iemand verplaatsen naar de andere kant van het heelal gaat net als in de TV-serie Startrek (“Beam me up, Scotty”). Een oldtimer restaureren is een klusje voor een verloren zaterdagmiddag, want je “bedenkt” zelf de benodigde onderdelen (slecht nieuws voor Anglo-Parts). Van mijn MG’tje is waarschijnlijk niet meer over dan de versnellingspook en die ligt in een laboratorium onder een stolp. Een professor met een onbehaard, groot hoofd bekijkt het voorwerp peinzend en vermoedt dat dit het werktuig is geweest waarmee Lucy botten uitbeende.

Maar nu weer terug naar het hedendaagse Veenendaal, waar het allemaal nog steeds behelpen is. In mijn restauratieproject is evenwel -na maandenlange stilstand- weer een lichtte beweging te bespeuren. De achterspatborden van de TC 1772 zijn weer in hun oorspronkelijke staat terug gebracht. D.w.z. geen deuken, geen scheuren, geen gaten en zo strak als een babyhuidje. Het werk van Bert Petersen. Bert is de plaatwerker die vele jaren geleden de heupen van Tante Maud (troetelnaam voor m’n bejaarde Rover) hun oorspronkelijke sexy rondingen heeft teruggegeven. Toevallig kwam ik er achter dat Bert zich inmiddels twee straten bij mij vandaan heeft gevestigd. Met hem ben ik een bilaterale arbeidsovereenkomst aangegaan. Eigenlijk een trilaterale. Want Bert Spies (technische jongens heten meestal Bert) in Rhenen straalt eerst alle spatborden etc. en bespuit het lelieblanke blik met een vette laag epoxyprimer. Dan schuur ik het ontstane maanlandschap terug naar een fatsoenlijk polderlandschap. Die andere Bert gaat dan “boetseren” (met tas en hamer). Vervolgens gaan er drie lagen tweecomponenten primer over heen en wordt er “gekleid” (plamuren). Dan mag ik ze gaan strak maken en de finale schuurbewerking met watervast schuurpapier uitvoeren alvorens de definitieve verflaag overheen wordt gespoten.

Jan Gerards (voor de kijkbuiskindertjes beter bekend als Momfer de Mol) deelde mij onlangs telefonisch in zijn sappige Limburgs mede dat de kuip nog deze maand voltooid zal zijn. Nadat ik met vlugzout weer bij bewustzijn was gebracht, begon ik licht aan het eind van de tunnel te ontwaren. Begin volgend jaar moet ‘ie toch wel naar de RDW kunnen. En dan kan ik eindelijk op zoek naar een behandelend geneesheer om me een paar nieuwe ellebooggewrichten aan te laten meten, die door al het schuren volledig zijn versleten.

Jan Broers Maart 2008

Sluit Menu